Voorlezen en woordenschat

Voorlezen is zo veel meer dan alleen het hard op lezen van woorden in een boek. Voorlezen is gezellig en leuk, maar ook heel goed voor de sociaal-emotionele, lichamelijke, creatieve, cognitieve en taalontwikkeling (oa. het bevorderen van de woordenschat).

In de huidige Nederlandse maatschappij is laaggeletterdheid een steeds groter wordend probleem. Mensen en kinderen die laaggeletterd zijn, kunnen wel lezen en schrijven, maar ze voelen zich onzeker over het niveau van hun lezen en schrijven waardoor ze problemen ondervinden in het dagelijks leven. Een handleiding of brief lezen is moeilijk, een mail naar je werkgever schrijven doe je niet omdat je bang bent dat de mail vol met fouten zit.

In Nederland is 14% van de 15-jarige leerlingen laaggeletterd (Cijfers van Cito, 2013). In Het meest recente PISA onderzoek wordt opnieuw geconcludeerd dat het slecht gesteld is met het leesniveau van de Nederlandse jeugd. De rol van volwassenen in de taalontwikkeling van kinderen is belangrijk, kinderen leren taal tenslotte door de mensen om zich heen.

Kinderen leren van de taal die volwassenen om hen heen gebruiken. Een kind met laagopgeleiden ouders hoort andere soort en aantallen woorden dan kinderen van hbo opgeleiden ouders. Maar het opleidingsniveau is niet per se leidend voor het taalaanbod dat je je kind kunt meegeven. Gelukkig maar!

Iemand heeft niet altijd in de hand welk niveau qua opleiding hij of zij gedaan heeft, maar een ouder of iemand die met kinderen werkt, heeft wel invloed op de hoeveelheid verschillende woorden waarmee een jong kind in aanraking komt. Een rijke taalomgeving kun je namelijk ook creëren door bijvoorbeeld veel voor te lezen. Alle kinderen profiteren op de zelfde manier van voorgelezen worden, hierbij is het opleidingsniveau van de opvoeder bijvoorbeeld helemaal niet belangrijk.

In boeken, ook in kinderboeken, worden veel woorden gebruikt die je niet direct in het dagelijks leven gebruikt. Dit zijn niet perse alleen moeilijkere woorden, maar ook andere woorden, waardoor een kind met een rijker, veelzijdiger en soms ook complexer taalaanbod in aanraking komt. Dit is uit verschillende onderzoeken gebleken. Door regelmatig een leuk prentenboek voor te lezen, creëer je niet alleen een gezellig moment met je kind, maar je draagt bij aan de taalontwikkeling van je kind. Je zult verrast zijn over hoeveel van de minder dagelijkse woorden jij en kind wel begrijpen door de context waarin de woorden gebruikt worden.

Een aantal aspecten die voorlezen nog ‘effectiever’ kunnen maken zijn:

Herhaling in het voorlezen.
Lees hetzelfde boekje meer dan een keer. Dat is iets wat kinderen toch vaak al leuk vinden. “Nog een keer” wordt er gezegd als het boekje uit is. Maar niet alleen hetzelfde boekje vaker voorlezen helpt, de herhaling van bepaalde woorden in een boek is ook effectief. Dit zie je gelukkig ook vaak terug in prentenboeken. Herhaling zorgt er niet alleen voor dat kinderen méér woorden leren, maar ook dat hun begrip van de woorden diepgaander is.

Zie ook: 
blog: Ze krijgen er nooit genoeg van.
blog: Herhaling, herhaling, herhaling.

Plaatjes in boeken.
De meeste boeken voor jonge kinderen zitten vol met plaatjes. Deze plaatjes ondersteunen de voorgelezen tekst. Door de combinatie van wat ze zien en wat ze horen leren kinderen makkelijker nieuwe dingen en kunnen ze die ook makkelijker onthouden. Deze dingen kunnen bijvoorbeeld het herkennen van bepaalde emoties zijn of het herkennen van situaties die ze misschien binnenkort zelf voor de eerste keer gaan mee maken (bijvoorbeeld in boekjes over ‘een zusje krijgen’, ‘naar school gaan’, de eerste keer kerstmis bewust mee maken enz.) Bovendien kunnen ze op deze manier ook makkelijker nieuwe en dus onbekende woorden leren en daardoor het verhaal begrijpen.

Interactief voorlezen.
Bij interactief voorlezen ga je tijdens het lezen met je kind in gesprek en geeft je het de tijd om te reageren op wat het ziet en hoort. Hiermee geef je een extra impuls aan de taal- en leesvaardigheid. Kinderen die vragen krijgen over afbeeldingen, karakters en gebeurtenissen in het verhaal, boeken meer vooruitgang op hun woordenschat dan kleuters die zonder interactie worden voorgelezen. Je wil natuurlijk niet ‘overhoren’ tijdens het lezen, maar als jij wat aanwijst en benoemt, dan zal je kind dat waarschijnlijk vanzelf ook gaan doen.

Naar de tekst wijzen.
Kinderen kijken tijdens het voorlezen uit zichzelf bijna niet naar de geschreven tekst. Daarom kan je tijdens het voorlezen er expliciet naar wijzen. Kinderen beginnen hun schoolcarrière dan met een grotere kennis van geschreven taal. Zelfs na twee schooljaren profiteren ze nog, in vergelijking met een ‘gewone’ voorleesgroep: op technisch lezen, spelling en tekstbegrip.

Ga je een volgende keer dus weer voorlezen? Denk dan aan deze dingen en probeer er eens een paar uit. Lees dat ene boekje inderdaad vaker dan 1x, ook als het jou misschien al een beetje begint te vervelend. Onthoud dan, dat het goed voor de taalontwikkeling van het kind is.

En is je kind even afgeleid door de plaatjes in de boek en gaat hij vertellen of aanwijzen wat hij allemaal ziet, ga hier dan op in en probeer niet alleen maar de tekst verder te lezen. Ga in gesprek over wat je allemaal ziet. Misschien kun je het zelfs combineren met het voorlezen van de tekst en in feite ben je dan al interactief aan het voorlezen.