Leeftijd: Va. 9 jaar
Thema: sprookjes, fantasie
Samenvatting
Meidenkracht, woedekracht, reuzenkracht!… met veel plezier en enthousiasme heeft Anne Vegter zich in de wondere wereld van het sprookje gestort. Een wereld waarin planeten uit blauwe lappen stof bestaan, kikkerkoningskindjes met piepkleine zelfgebakken laarsjes aan hun achterpootjes rondrennen, zusjes Bis weliswaar een tweeling zijn maar toch volkomen tegenpolen, de een zelfzuchtig en dom, de ander absoluut onbaatzuchtig en slim. Waarin er goede reuzen en slechte reuzen zijn, prinsessen vanuit een paleisraam op jongenshoofden poepen, een boze ‘bosnerf’ uit twee poezen bestaat, en heksen in feite vrouwtjesdwergen zijn. Dikke vraatzuchtige prinsen krijgen er krappe rode schoentjes, een jonge aanbidder een hoofd als een glanzende goudrenet, en een toegewijde lakei een kroon, een troon en een paleis.
Leessetting
Negen sprookjes, die ondanks typische sprookjeskenmerken en hier en daar een bekend trekje, een heel eigen, laconieke stijl hebben, met daarop perfect aansluitende, expressieve tekeningen. De meeste sprookjes eindigen niet met ‘ze leefden nog lang en gelukkig’, maar net iets anders, bijvoorbeeld met ‘wie hen met z’n drieen in dat bed zag leefde langer gelukkig’. De personages hebben bijzondere namen en doen bijzondere dingen: prinses Hemeltje poept uit het raam op het hoofd van de jongen. Problemen worden verrassend opgelost.
