Terug naar: 10 voorleestips
Voorlezen is een gezellige bezigheid. Soms krijgen kinderen er niet genoeg van, maar pas op. Er bestaat ook zo iets als ‘te lang’ voorlezen.
Prentenboeken voor jonge kinderen zijn vaak korte verhalen, voorleesverhalen voor wat oudere kinderen worden al wat langer. Veel voorleesboeken staan vol met verhaaltjes of hoofdstukken van een mooie lengte. Heeft je kind minder concentratie dan hou je het bij één verhaaltje, maar je kunt er ook altijd makkelijk nog een of twee voorlezen als de concentratie dit wel toe laat.
“Elke dag opnieuw vragen de kinderen als ik het lokaal van de BSO binnen kom of ik weer een boekje bij me heb. Ik lees graag voor en de kinderen luisteren graag, niet altijd hebben ze de zit-billen om lang stil te zitten, maar ze springen al op de bank zodra ze klaar zijn met drinken en ze kunnen niet wachten op weer een verhaaltje.
Vorige week ging het weer precies het zelfde, maar deze middag was de eerste keer dat ik mijn verhaaltje niet heb uitgelezen. Ik weet niet precies wat de oorzaak was. Misschien omdat ik zelf niet op de bank zat, tussen de kinderen in. Of misschien omdat het al 2 dagen regent en stormt en de kinderen gewoon te veel energie hadden.Maar ik werd vooral met me neus op het feit gedrukt hoe belangrijk het is om korte verhaaltjes uit te zoeken. Voorlezen vinden ze leuk, maar lang stil zitten willen ze niet. Bij het uitkiezen van een boekje moet ik dus voortaan misschien wel rekening houden met het weer van de afgelopen dagen, van dat moment of de stemming van de kinderen.”
Maar ja wanneer is voorlezen te lang? Dit kan per kind, per situatie, of per keer verschillend zijn.
Waar moet ik op letten?
- Kijk goed naar je kind tijdens het voorlezen. Wanneer je het idee hebt dat je kind niet rustig is of maar half luistert kan dit te maken hebben met de lengte van het verhaal. Het kan natuurlijk ook zijn dat het verhaal niet aansluit bij de belangstelling van je kind.
Zijn de kinderen al iets ouder dan zou je kunnen vragen of ze het verhaal niet leuk vinden, of dat ze liever buiten gaan spelen. Vragen waarom ze afgeleid zijn helpt niet altijd, soms weten kinderen het zelf ook niet en zit er gewoon onrust in hun lichaam - Bij dikkere voorleesboeken maak je gebruik van hoofdstukken om te stoppen en later verder te lezen. Soms heeft een verhaal geen hoofdstukken, zoek dan wel een goed punt. Wat kan helpen is een nieuwe alinea, te herkennen aan een witte ruimte tussen regel.
- Denk terug aan tip 3: lees in een rustig tempo. Als je te snel leest kan het zijn dat je kind het verhaal niet kan volgen waardoor hij zijn interesse verliest.
Andere tips:
- Kijk goed naar het moment van voorlezen. Zo kan het weer een rol spelen. Is het na een paar dagen regenen eindelijk mooi weer, dan hebben de kinderen misschien meer zin om buiten te spelen.
Ook het tijdstip kan een rol spelen. Hebben ze net een tijd stil gezeten, bijvoorbeeld na schooltijd of na het avondeten, dan hebben ze daarna geen zin om nog langer stil te zitten. - Kijk goed naar de omgeving. Ook de omgeving kan voor afleidende prikkels zorgen, zo kan het stralende zonnetje buiten te aantrekkelijk zijn, een tv die aanstaat, andere kinderen die spelen, een nieuwe door lego die ze afgelopen weekend voor hun verjaardag hebben gehad of wat dan ook.
Kort om, lees nooit te lang voor. Wat dan ‘te lang’ is kan elke keer anders zijn, maar door naar de verschillende signalen die ik hier boven heb genoemd te kijken, ga je ze makkelijker herkennen en ga je op ten duur misschien van te voren al herkennen of je kind er deze middag of avond wel of geen zin in heeft.