Tip 10: Roep nooit “uit”

Terug naar: 10 voorleestips

Herken je dat ook bij je zelf of van vroeger? Dat je na het voorlezen het boek dichtslaat en zegt “uit” of “afgelopen” of wat je nog meer in dat zelfde straatje kunt bedenken!

Heb je je ook wel eens afgevraagd waarom je dit doet? Ja, misschien roepen je kinderen het zelf ook wel, maar dat hebben ze toch van iemand geleerd.

Het gaat er niet om dat het boek of het verhaal uit of afgelopen is. Soms heb je maar tijd voor een half verhaaltje. Waar het om gaat bij voorlezen is dat het leerzaam (oa qua taalontwikkeling) gezellig en samen is. Dat je kind tijdens het lezen een leuk verhaal beleeft en misschien zelfs wel dat hij iets nieuws leert. [Read more…]

Tip 9: Gebruik intonatie en non-verbale taal

Terug naar: 10 voorleestips

In prentenboeken en voorleesboeken staan vaak veel korte spreekteksten. Er is een duidelijk verschil tussen deze spreekteksten en de vertelteksten. Spreektekst is de tekst die in het verhaal gesproken wordt door een van de personages in het boek. De verteltekst is de tekst die het verhaal er om heen beschrijft.

Je kunt allerlei stemmetjes gebruiken bij ieder figuur, maar dit is vaak helemaal niet nodig. Op de eerste plaat kost het inspanning om met verschillende stemmetjes voor te lezen, iets wat het voorlezen juist onrustig kan maken. Zeker bij de jonge luisteraars (peuters en kleuters) is rustig en duidelijk voorlezen extra belangrijk. Hierdoor en door  je kind regelmatig aan te kijken tijdens het lezen zorg je voor duidelijkheid en interactie. [Read more…]

Tip 8: Laat je kind vertellen

Terug naar: 10 voorleestips

Er is zo veel te zien tijdens het voorlezen van een boek met plaatjes. Of het nou een prentenboek is of niet. Kinderen kunnen van alles zien op de plaatjes, ook dit prikkelt de gedachten en fantasie van  een kind.

Ik vind het praten met kinderen over wat ze zien of wat ze vragen minstens zo belangrijk als het voorlezen zelf.  Praten over wat ze zien stimuleert de taalontwikkeling misschien nog wel meer dan voorlezen alleen. Het is in ieder geval een goede stimulans om de actieve woordenschat te oefenen. Bovendien leert een kind op deze manier ook herinneringen op te halen en te vertellen.

Hoe doe ik dit?

  • Laat je kind vertellen wat hij op een pagina allemaal zien. Vindt een kind dit lastig, stel dan wat vragen, maar pas daar bij goed op dat je open vragen stelt zodat het kind wordt uitgenodigd en uitgedaagd om zelf te gaan vertellen.
  • Geef je kind te ruimte om herinneringen en gedachten die er bij hem op komen tijdens het voorlezen te delen. Neem de tijd om te luisteren en misschien zelfs verder te vragen of er samen verder over te praten.
  • Als je kind het boek al goed kent, kun je ook eens voorstellen dat je kind het boek aan jou voorleest. Herhaling zorgt voor het onthouden van het verhaal. Waarschijnlijk kunnen ze de tekst niet vlekkeloos het zelfde vertellen als in het boek, maar je zult verteld staan van hoeveel van de originele tekst ze weten te noemen als ze zelf mogen gaan vertellen.
    Als je dit regelmatig doet en oefent kan je kind dit misschien ook steeds beter bij boeken die je nog minder vaak hebt voorgelezen. Ze gaan steeds meer naar de plaatjes kijken en ontdekken dat ze hier zelf een verhaal bij kunnen vertellen en verzinnen.
  • Maak er een spelletjes van. Bij iets oudere kinderen kun je er een spelletje van maken. Neem een prentenboek dat je allebei goed kent en ga aan de hand van de plaatjes je eigen bedachten verhaal vertellen.

Tip 6: Voorleestijd is voorleestijd

Terug naar: 10 voorleestips

Je kind zal het heerlijk vinden om even samen iets te doen. Jouw aandacht voor de volle 100% bij het boek en je kind(eren). Op dat moment hoeft je kind de aandacht niet te delen met bijvoorbeeld de huishoudelijke taken die nog gedaan moeten worden. Het is echt even quality time met je kind(eren). Kies een boek wat voor al de kinderen leuk is. Een kwartiertje is meer dan genoeg: samen op de bank, of lekker schoon in bed. Knuffel erbij. Dan kunnen jullie samen kijken, praten, luisteren en genieten. [Read more…]

Tip 5: Lees nooit te lang voor

Terug naar: 10 voorleestips

Voorlezen is een gezellige bezigheid. Soms krijgen kinderen er niet genoeg van, maar pas op. Er bestaat ook zo iets als ‘te lang’ voorlezen.
Prentenboeken voor jonge kinderen zijn vaak korte verhalen, voorleesverhalen voor wat oudere kinderen worden al wat langer. Veel voorleesboeken staan vol met verhaaltjes of hoofdstukken van een mooie lengte. Heeft je kind minder concentratie dan hou je het bij één verhaaltje, maar je kunt er ook altijd makkelijk nog een of twee voorlezen als de concentratie dit wel toe laat. [Read more…]

Tip 4: Maak voorlezen interactief

Terug naar: 10 voorleestips

Op een hele korte manier uitgelegd is ‘interactief voorlezen’ niet meer dan voorlezen waarbij er interactie is tussen de voorlezer en de kinderen die luisteren. Je leest dus niet alleen maar de tekst voor terwijl de luisteraartjes stil zitten en naar de plaatjes meekijken, maar tijdens het lezen geef je ruimte voor vragen of opmerkingen van je kinderen. Je kunt natuurlijk ook zelf vragen stellen. [Read more…]

Tip 2: Zoek een rustige plek om te lezen

Terug naar: 10 voorleestips

Voorlezen is niet alleen gezellig of leuk, maar kan juist ook even voor een rustig moment zorgen.
Of de kinderen nou juist druk zijn en in huis of het klaslokaal rond stuiteren of wat ze moe, hangerig en zeurderig worden, met voorlezen creëer je een rustig moment.

Ik herinner me nog goed de voorleesmomenten tijdens zomervakantie of in de voorleesmomenten in de klas.  [Read more…]