Terug naar: 10 voorleestips
Op een hele korte manier uitgelegd is ‘interactief voorlezen’ niet meer dan voorlezen waarbij er interactie is tussen de voorlezer en de kinderen die luisteren. Je leest dus niet alleen maar de tekst voor terwijl de luisteraartjes stil zitten en naar de plaatjes meekijken, maar tijdens het lezen geef je ruimte voor vragen of opmerkingen van je kinderen. Je kunt natuurlijk ook zelf vragen stellen.
Hoe doe je dit?
- Introduceer het voorleesverhaal: Er zijn veel verschillende manier om dit te doen. Gebruik in ieder geval altijd de kaft van het boek. Samen kijk je wat er op staat. Lees de titel voor en laat de tekening op de kaft zien. Laat je kind bedenken wat er in het verhaal gaat gebeuren.
- Betrek je kinderen bij het verhaal: Je kunt kinderen op heel veel manieren betrekken bij het verhaal en waarschijnlijk doe je dit ook al. Je laat bijvoorbeeld de plaatjes in het boek zien. Stel bijvoorbeeld eens een vraag aan de kinderen nadat je het stukje tekst op de bladzijde gelezen hebt. “kun je dit vinden?”, “Zie jij ook de…”, maar je kunt het ook zo doen dat je zelf zegt “ik zie een blauwe ballon” je kinderen zullen ook gaan vertellen wat ze allemaal zien.
- Geef ruimte om te praten over wat er in het boek gebeurt: Tijdens het voorlezen van een verhaal gaan kinderen tijdens het lezen al verwerken wat ze horen en zien in het boek. Dit verwerken gaat vaak gepaard met vragen, opmerkingen, herinneringen. Geef kinderen de ruimte om dit te delen en ga er ook op in door dingen te vragen of gewoon even te praten.
Laat dit gebeuren of liever nog, stimuleer dit want het is een mooie extra bijdrage aan de taalontwikkeling.
Over interactief voorlezen zijn zo veel tips te geven dat hier over een apart 10 Tips over Interactief Voorlezen al komen.