Terug naar: 10 voorleestips
In prentenboeken en voorleesboeken staan vaak veel korte spreekteksten. Er is een duidelijk verschil tussen deze spreekteksten en de vertelteksten. Spreektekst is de tekst die in het verhaal gesproken wordt door een van de personages in het boek. De verteltekst is de tekst die het verhaal er om heen beschrijft.
Je kunt allerlei stemmetjes gebruiken bij ieder figuur, maar dit is vaak helemaal niet nodig. Op de eerste plaat kost het inspanning om met verschillende stemmetjes voor te lezen, iets wat het voorlezen juist onrustig kan maken. Zeker bij de jonge luisteraars (peuters en kleuters) is rustig en duidelijk voorlezen extra belangrijk. Hierdoor en door je kind regelmatig aan te kijken tijdens het lezen zorg je voor duidelijkheid en interactie.
Dit betekent natuurlijk echter niet dat je op één gelijke toon het verhaaltje voorleest.
- Je kunt bijvoorbeeld heel makkelijk emoties in het verhaal laten horen door de intonatie van je stem.
- Spreek de verteltekst op een gelijkmatige toon uit en spreek de spreektekst met een blije, verdrietige, verbaasde, vragende intonatie uit.
- Gebruik ook je handen, armen en misschien zelfs je hele lichaam bij het voorlezen. Zorg wel dat het niet te onrustig wordt.
- Je zou zelfs voorwerpen bij het boek kunnen gebruiken. Bijvoorbeeld een pop of knuffel van de hoofdpersonage. Met deze pop of knuffel kun je dan ook het verhaaltje een beetje naspelen tijdens het voorlezen.
Dit is ook een van de tips bij het interactief voorlezen. Hier over meer in de blog: ….