Tip 8: Laat je kind vertellen

Terug naar: 10 voorleestips

Er is zo veel te zien tijdens het voorlezen van een boek met plaatjes. Of het nou een prentenboek is of niet. Kinderen kunnen van alles zien op de plaatjes, ook dit prikkelt de gedachten en fantasie van  een kind.

Ik vind het praten met kinderen over wat ze zien of wat ze vragen minstens zo belangrijk als het voorlezen zelf.  Praten over wat ze zien stimuleert de taalontwikkeling misschien nog wel meer dan voorlezen alleen. Het is in ieder geval een goede stimulans om de actieve woordenschat te oefenen. Bovendien leert een kind op deze manier ook herinneringen op te halen en te vertellen.

Hoe doe ik dit?

  • Laat je kind vertellen wat hij op een pagina allemaal zien. Vindt een kind dit lastig, stel dan wat vragen, maar pas daar bij goed op dat je open vragen stelt zodat het kind wordt uitgenodigd en uitgedaagd om zelf te gaan vertellen.
  • Geef je kind te ruimte om herinneringen en gedachten die er bij hem op komen tijdens het voorlezen te delen. Neem de tijd om te luisteren en misschien zelfs verder te vragen of er samen verder over te praten.
  • Als je kind het boek al goed kent, kun je ook eens voorstellen dat je kind het boek aan jou voorleest. Herhaling zorgt voor het onthouden van het verhaal. Waarschijnlijk kunnen ze de tekst niet vlekkeloos het zelfde vertellen als in het boek, maar je zult verteld staan van hoeveel van de originele tekst ze weten te noemen als ze zelf mogen gaan vertellen.
    Als je dit regelmatig doet en oefent kan je kind dit misschien ook steeds beter bij boeken die je nog minder vaak hebt voorgelezen. Ze gaan steeds meer naar de plaatjes kijken en ontdekken dat ze hier zelf een verhaal bij kunnen vertellen en verzinnen.
  • Maak er een spelletjes van. Bij iets oudere kinderen kun je er een spelletje van maken. Neem een prentenboek dat je allebei goed kent en ga aan de hand van de plaatjes je eigen bedachten verhaal vertellen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *